Spierwerking

Tijdens het fietsen maakt u gebruik van uw gehele lichaam – Veel spieren worden gebruikt tijdens het fietsen en voor elke spier is een tegenhanger. Al deze krachten moeten in balans zijn. Als alles in balans is, ontstaat “rijcomfort”.
Basisregel: Rij bewust “Dynamisch”. Zorg ervoor dat u met enige regelmaat uw spieren aflost, door verschillende houdingen aan te nemen. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om volgende drie contactpunten: handen, billen en voeten.

De Schoudergordelspieren zijn belangrijk voor de ondersteuning tijdens de inspanning. Het vermindert rugklachten en druk op de handen, daarnaast vangt het de schokken van de weg op.
De rugspieren stabiliseren de wervelkolom en positioneren de bekken. Het absorbeert de schokken van de weg en houdt het boven lichaam en nek in de juiste positie.

De billen nemen tot 50 procent van de belasting tot zich. Redenen voor pijn/last kunnen onder meer komen door: zadel te hoog boven het stuur staat gepositioneerd, afstand tussen de zadel en de crankas (middelpunt van het tandwiel(en) onder de zadel) is onjuist, zadel staat in een onjuiste helling, verkeerd zadel, het bekken staat verkeerd “gericht”.

De handen zijn bijzonder gevoelig en “tolereren” niet meer dan 20 procent van de lichamelijke belasting. De redenen voor pijn kunnen zijn: de armen volledig gestrekt zijn, het bovenlichaam en de armen in een ongunstige hoek staan (waarbij er teveel belasting op de armen is), het stuur en de handvatten niet optimaal gevormd zijn.
De voeten dragen permanent 100 procent en bij springen zelfs tot 1000 procent van het lichaamsgewicht. Daarom is het van uiterst belang dat de voeten altijd optimaal op de pedalen moeten worden geplaatst.

De buikspieren zijn de tegenhangers van de rugspieren en stabiliseren de rug en het bekken. Rugpijn wordt ook wel vaak veroorzaakt door te zwakke buikspieren!

Juiste houding

Goede positie bekken: het startpunt voor een langdurige comfortabele houding is de juiste 'dynamische' stand van het bekken.
Het bekken is juist gericht, wanneer de rug een S vormt, zo ontstaat er een natuurlijke lichte holle rug.

Onjuiste houding

Het bekken staat verkeerd, wanneer het zich “opricht”. Het kantelt daarom iets naar achteren, de rug staat “rond/bol” en de wervelkolom kan dan niet goed meeveren.
Experts zeggen: Als het bekken verkeerd staat, kan dat de oorzaak van pijn zijn die optreedt in andere delen (zoals schouder, nek, rug, etc.).